The times, the times, they are changing

Op het Chinese internet circuleert een ruime week een video waarin te zien is hoe een Britse man in elkaar wordt getimmerd door een aantal Chinezen, nadat hij zich leek te vergrijpen aan een Chinees meisje.

In de video is geknipt: in het eerste deel wordt hij streng toegesproken door een Chinees, terwijl het meisje weinig overtuigend ligt te kermen in een bloemenperkje; daarna ligt hij op de grond terwijl het natrappen begint.

De Chinezen zijn buiten schot, de Brit, dronken, verroert zich niet.

Het was een internet rel, en de commentaren op het internet waren niet mals, en komen neer op: buitenlanders zijn vuilnis, laten we de straten schoonspuiten.

De politie heeft nu de jacht geopend op ‘illegalen’, dat wil zeggen: buitenlanders die hier zijn zonder visum, buitenlanders die hier zijn op een toeristenvisum die werken (bijvoorbeeld als Engelse tutor), en buitenlanders in het algemeen.

Ik moet nu mijn paspoort en mijn residentievergunning bij mij hebben, elke dag. Helaas: dat ligt allemaal bij het visa-bureau, ter verkrijging van een nieuw visum.

We kregen onlangs de ‘buitenlander-belasting’ om de oren, en een vriend vertelde mij dat het overboeken van geld vanuit het buitenland naar een niet Chinees bedrijf opeens moeizaam gaat. Men verlangt nu de volledige naam van het bedrijf, en afkortingen als ‘intl’ worden niet meer geaccepteerd. Lastig, want in het buitenland is het aantal vakjes waarin je de naam van de begunstigde moet schrijven beperkt.

Dit ‘buitenlander-pesten’ hangt enigzins samen met het conflict dat China momenteel heeft met de Filipijnen over een eilandje. Fruit uit de Filipijnen wordt nu aan veel strengere eisen onderworpen…

Een Chinese vriend met kennis van zaken wist te melden dat er een machtstrijd gaande is in de regering: wie is sterker, de ‘Security Bureau’ of ‘The Army’?

Het ontbreekt nog even aan een ‘Ik heb last van mijn buitenlandse buurman-meldpunt’, maar voor de rest zou Wilders zich hier prima op zijn gemak voelen, was hij een Han-Chinees.

Want dat is wel een pikant detail: niet iedereen die meeging op de grote golf van onderbuikhaatgevoelens op de Chinese website leek te begrijpen wat precies een buitenlander was: een meisje zei dat ze een bloedhekel had aan de mensen uit XinJiang (volgens de laatste berichten nog steeds China) en ze wilde die onmiddellijk Beijing uitgooien.

Vergis je niet: de Chinezen waren en zijn nogal xenofoob.

Wij ondertussen, buitenlanders, voelen ons opeens iets minder veilig. Ik ga morgen maar eens vragen of mijn paspoort alweer terug is.

Ik werd na het schrijven van dit op mijn wenken bediend:

http://www.bbc.co.uk/news/world-asia-china-18091298#

Advertenties

Hoe verder?

Het is een beetje de dood in de pot als het aankomt op bloggen. Door het lezen van veel ‘stervende’ bloggers, weet ik dat het er niet goed uitziet.
Als je eenmaal de dagelijkse routine verliest, die vervangt door een paar keer per week wat krabbelen, en dan wekelijks, en dan…, tja, dan bewijs je wel dat bloggen niet je ding is.
Bloggen is WEL mijn ding, en elk excuus dat ik hier aanlever houdt geen stand.

Ik kan gaan mekkeren over gebrek aan tijd of energie, of zelfs gebrek aan anecdotes of materiaal, maar dat is allemaal onzin.

Je kunt toch niet in Beijing zitten en niets hebben om over te schrijven?

Juist.

Ik lees me suf over het internet, lees veel blogs en artikelen, ben nog steeds in de digitale wereld, heb meningen en ideeen die opborrelen, schrijf rapporten en plan de laatste vier weken van school. Ik ben bezig met de vakantie (hopelijk Thailand en Vietnam) en dan hebben we ook nog D., die af en toe wat aandacht nodig heeft.

Mijn aandacht voor mijn blog stond even op een laag pitje, maar laten we de vlam er weer even onderzetten.

Ongeluk

Negen Uruguanen lagen her en der verspreid op het asfalt, toen mijn Zuidafrikaanse vriend (met zijn bezoekers op weg naar De Muur) voorbijkwam. Het minibusje waarmee de toeristen uit Urugay reisden was tegen een lantaarnpaal geklapt en over de kop geslagen.

Chinezen reden luid toeterend met een bochtje om de ravage. Mijn vriend A. stapte uit. “Alles wat ik had geleerd bij Eerste Hulp kwam onmiddellijk boven. Gelukkig was er een kleine verbanddoos in het busje.”

Behalve schrammen en bulten, waren er ook serieuze gewonden: het linkerbeen van een man hing ter hoogte van zijn schouder, een vrouw met een gapende hoofdwond, nog een gebroken been, een gebroken arm en iedereen in shock. Zo goed en kwaad als het ging verbond A. wat hij kon, en omdat er geen telefoonbereik was, droeg hij samen met zijn bezoekers de ergste gevallen naar zijn auto (“Dit gaat even pijn doen, makker!”, zei hij tegen de man bij wie het been tegen zijn schouder hing) en reed zijn chauffeur de eerste gewonden naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis.

Vandaar werd de politie ingeschakeld. Hetgeen voor mijn vriend het moment was om zijn weg naar de Muur te vervolgen.

Want voor je het weet zit je als hulpverlener diep in de nesten.

Vriend A. kon er rustig over vertellen, hij heeft wel voor hetere vuren gestaan, maar hij gaf toe toch wat minder geslapen te hebben die nacht.

 

 

 

Chinese dissidenten

Het is was mooi: een blinde dissident die onder zijn huisarrest uitkomt door over de muur te klimmen, en vervolgens aanlandt in de Amerikaanse Ambassade hier in in Beijing, een paar dagen voor Hillary Clinton komt praten over o.a. de mensenrechten en de situatie in Syrie.
Vervolgens verlaat Chen de ambassade ‘vrijwillig’, om onmiddellijk via een CNN interview te smeken om hulp.

Ik kan u verzekeren dat de Ambassade het even druk heeft.

Toen ik zojuist las op Nu.nl dat een andere dissidente ‘twitterde’ dat ze huisarrest opgelegd had gekregen omdat ze bevriend is met Chen (en dat kan ik nu niet meer terugvinden!) kroop een beetje ongeloof binnen.

Onder huisarrest betekent doorgaans ook dat ze je internet controleren. En ‘twitteren’ is in China enkel mogelijk via een vpn. Verboden. Chinese twitter? Dat zou kunnen. Maar nogmaals: huisarrest zou betekenen dat ook die contacten niet bestaan.

Af en toe plaats ik vraagtekens, die onverantwoordelijk zijn.

politiek

Mevrouw Spies was een boerka-verbod aan het voorbereiden, maar door de val van het kabinet mag het van haar in de prullenbak, want: er staat nu niets meer tegenover.

Politiek is koehandel, dat wisten we natuurlijk al.

Maar een beetje vreemd is het wel dat ze in een interview in de VK Wilders slappe knieeen verwijt.

Had de hele CDA fractie geen last van slappe knieeen, toen ze met Wilders zaken deden? Had het CDA de rug niet iets rechter kunnen houden in dat gedoe rond de boerka? Blijkbaar staan ze er opeens niet meer achter. Toen wel, vanwege opportunistische reden.

En om dit opportunisme nog eens even te onderstrepen, zegt mevrouw Spies dat ze niet wil uitsluiten nog eens zaken te doen met de PVV.

Dat ze zich opwerpt als de nieuwe leider van het CDA is passend: een zwakke, zwalkende partij vol pluche zoekers.

herdenken

Ik had twee vrienden over vanuit Nederland, en zij brachten een vracht kranten en tijdschriften mee.

Mijn huis ziet er dus nu zo uit, zoals het ooit in Holland was: kranten overal. Naast de bank en de badkuip, in de keuken…de Volkskrant en de NRC, HP/De Tijd en de Elsevier, in stukken en beetjes, katerntje hier en daar.

Een groter plezier kun je me niet doen.

Ik voel me nu redelijk ingelezen in de politieke situatie in Nederland, maar bovenal ademen kranten een tijdgeest, een momentopname, iets wat ik niet kan krijgen op het internet.

Als voorbeeld noem ik de column van Rosanne Hertzberger in de NRC, weggestopt ergens in het Opnie katern.

En ze heeft een opinie: laten we de 4 mei herdenking afschaffen.

De verwatering, zoals zij het noemt, is in volle gang: het gaat niet meer alleen over ’40-’45, we herdenken alle burgers en militairen die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld. De verwatering: Rosanna heeft waarschijnlijk nog iets meegekregen van haar grootouders over ‘de oorlog’, vindt het gekrakeel over het gedicht op de Dam onzinnig, en beschouwt de manier waarop het Comite ’40-’45 de herdenking elk jaar een invalshoek probeert te geven als kunstmatig.

Ik kijk naar haar frisse snuit boven de column. Ze schrijft lekker. Ze heeft een mening, en ze kan hem verwoorden.

Mijn antwoord zou zijn: kijk naar de landen om ons heen. Zij gedenken hun doden van de vele oorlogen. Die van toen en die van nu. Ze hebben daarvoor 1 dag, en welgeteld 2 minuten. Wij kunnen toch we hetzelfde doen?

Rosanne is jong, en kijkt naar de toekomst. Dat is goed. Ondertussen zijn er ook Nederlandse jongens gesneuveld in Afganistan. Daar hebben wij niks te zoeken, als het gaat om de bescherming van onze grenzen. Maar dood gingen ze wel.

Zou zij gelijk krijgen, dan zal er nooit een specifiek moment zijn dat wij ook denken aan de Nederlandse militairen die sneuvelden na de Tweede Wereldoorlog; als we de 4 mei niet in stand houden als dat korte moment van overpeinzing, zodat we even stilstaan en nadenken over oorlog, en de onzin van oorlog, toen en nu, en de jonge levens die ophielden, dan tellen levens niet meer.

De 4 mei herdenking is voor Hannie Schaft, en de vele verzetstrijders. Het is voor de soldaten op de Grebbeberg die hun land verdedigden .Het is ook voor de joden die werden weggestuurd naar kampen.  Het is voor de soldaten die wij uitstuurden op missies in landen ver weg van ons. Het is namelijk voor iedereen die het leven liet in de onzin van oorlog.

Twee minuten per jaar, dat moet kunnen.