Onbegrijpelijk China

Over brandend maagzuur zei de Rennie reclame altijd: “Wrijven helpt niet.”

Dat gaat ook op voor het internet in China. Je kunt er over blijven mekkeren: de traagheid, de blokkades en de prijs, maar je schiet er niets mee op. Het blijft frusterend.

Als een berg chemische zooi explodeert is traag internationaal internet wel zo makkelijk. Op die manier houd je nog even uit het international nieuws dat de brandweer geen idee had wat ze aan het blussen waren, en dat water eigenlijk de oorzaak was van de ramp. Maar de Chinese internetgebruikers zaten er snel boven op. De Minister van internet censuur moet zo langzamerhand gaan snappen dat The Great Firewall of China gatenkaas is, en dat een vingertje in de dijk geen doorbraak tegenhoudt.

Dat is een beetje het treurige van dit land: ze zijn zo lang afgesloten geweest van de wereld, zijn pas ‘open’ sinds Mao, en houden zich nog steeds krampachtig vast aan geheimhouding. De brandweer wist niet wat ze aan het blussen waren.

Onmiddellijk kondigde de President een groot onderzoek aan. Elke chemische fabriek werd grondig bekeken. Vijftig procent van de chemische fabrieken in mijn stad Beijing bleken niet te voldoen aan de ‘veiligheidseisen’. Ik trek een wenkbrauw op: dat verbaast me niet. Ik trek er nog een op: welke veiligheidseisen?

Verboden te roken? Vijf jaar geleden werd besloten en verkondigd dat er niet meer mocht worden gerookt in …nou ja, je kent het wel. Was na twee maanden totaal vergeten. Afgelopen juni werd de wet opnieuw afgekondigd. Boetes werden uitgedeeld aan een restaurant dat een peuk in het toilet had, een persoon kreeg een bekeuring bij een bushalte, en iemand vertelde van iemand die te dicht bij een ziekenhuis stond te roken.

Ik denk dat ik daarom China van harte liefheb en diepgrondig haat. Altijd rennen ze achter de feiten aan. Altijd is van alles mogelijk. Of onmogelijk.

In onze bar mogen we buiten geen tafels meer plaatsen. We hebben dat opgelost door barkrukken te gebruiken als tafels. Die zijn rond, onze tafels zijn vierkant. Rond mag, vierkant niet.

En omdat President Putin en de andere regeringsleiders tijdens de militaire parade ter ere van de 70-jarige overwinning op Japan (want zo wordt dat hier gezien) bivakkeerden in het hotel aan de overkant van onze bar, verzocht de politie dat wij het bordje ‘staff wanted’ van onze ramen verwijderden.

Nog even dan

   
    
    
    
 I

Een laatste wandeling door Bangkok. Voor nu dan. Wat Pho, waar de liggende Buddha een toeristische attractie is, was het startpunt. De voetzolen zijn in restauratie. Na 200 jaar begrijpelijk. We kuierden daarna door markten en steegjes. Nee, verwacht hier geen bespiegeling over bijvoorbeeld hoe religie ook gaat over geld. Buddha is big money. Niet hier, niet nu. Prachtige bloemenmarkt. Hoe die rozen gewikkeld in kranten de tropische nacht overleven? Life is short. 

Bangkok

   
   
Dit is het staartje van de vakantie. 

Nu hebben we bijna het laatste oortje versnoept en houden ons financieel een tikkeltje gedeisd. Vakantie is heerlijk, maar het is ook erg fijn om straks weer in ons eigen gedoetje te zijn. Ik leef prima vanuit een koffer (zeker met strijkvrije overhemden) maar om ook weer eens mijn eigen biefstuk te bakken in mijn eigen IKEA pannetje, met draaiende katten tussen de benen en mijn eigen muziek… Niet slecht.

Nog twee nachtjes slapen in het heerlijke LeMeredien Bangkok en we zijn thuis.

Muggen

Muggen houden, net als mensen, van buiten de deur eten. Hotel De Knieholte staat wijd en zijd bekend om zijn voortreffelijke keuken, iedere mug kent Restaurant Achter De Elleboog, en als er echt muggenoten moet worden : Bistro Tussen De Tenen serveert delicate gastronomische genoegens. (Discotheek De Oorlel serveert emmers voor de ware dorstigen.)

Wie in mijn buurt verkeert, hoeft zich niet in te smeren met mugverdrijvende chemicalien: ik ben in de muggenwereld, ook internationaal gezien, als de pleisterplaats waar het goed prikken is, een vuurtoren in de nacht, een 24-uurs etablissment met een knipperend bordje: OPEN!

(En niet alleen muggen leggen graag bij mij aan: een jaar geleden kreeg ik een ‘muggensteek’ die leidde tot een grote zwelling. De dokter, die toevallig jaren in de tropen had gewerkt, werd heel enthousiast toen hij een heuse spinnenbeet onder handen had. Waar ik die had opgelopen? Nou gewoon, op straat…)

Ik zou Richard Dawkins, die zo geweldig kan uitleggen hoe de evolutie in elkaar steekt, eens moeten emailen met de vraag wat de betekenis en waarde van de mug is in het grote geheel van de wereldorde, maar mijn vraag is waarschijnlijk te dom, dus dat doe ik maar niet.

En dan ben je ook nog eens Haarlemmer, en dus een Mug. Zijn Haarlemmers zo irritant en bloeddorstig? Laten wij na elk familiebezoek buiten de stadsgrenzen een jeukerig gevoel achter?

Mocht u denken dat ik mijn dagen en nachten hier in de tropen jeukend, krabbend, schurkend en vloekend doorbreng: nee, hier verkopen ze flesjes met harnaswerking. Geen mug komt in mijn vesting. Walgend keert het muggenleger zich van mij af, terwijl ze hun prikbuisjes dichtknijpen.

En voor mijn biovegonomische ‘een -dier-is – ook- maar- een- mens’ vrienden: het is getest op dieren. Muggen.

Klantvriendelijk

Ik was voor een bliksembezoekje in Nederland voor de bruiloft van mijn enige neefje (nou ja, neefje, net zo groot als ik als op mijn tenen ga staan) en kon even genieten van Holland in de lente. De tulpen waren gekopt, de bollen gerooid, wolken scheerden op een ferme bries over het vlakke land, en wij dronken champagne tussen de landerijen met een feestelijke zon, en nog wat meer champagne, en toen dansen met de bruid, en de moeder van de bruid en nog maar een glaasje, maar de oma van de bruid wilde niet dansen want “als ik mijn been breek heb ik er nog weken last van.” Toen hadden de wolken zich al in Vermeer-kwasten gedoopt en gingen wij uitgebreid tafelen tussen de hooibalen. Zo’n heerlijke bruiloft dus.
Omdat ik maar even was, zat ik op een strak zelfopgelegd schema. De bank, de notaris, het huis en de nieuwe huurder,…En natuurlijk even inkopen.
Het zal vreemd klinken, maar dit staat steevast op het boodschappenlijstje: Unox rookworst, deodorant, cup-a-soup, scheermesjes, stroopwafels. Alles behalve de Unox rookworst is ook in China te koop (en nu gaat vast iemand me mailen dat je via Taobao ook Unox rookworst kan bestellen) maar het heeft zich ooit in mijn hoofd genesteld dat het allemaal in Nederland goedkoper is. Ik ben tenslotte, juist, een echte Hollander.
Mijn eerste morgen was ik vroeg uit de veren en marcheerde naar de Vomar, zo’n beetje om de hoek van mijn logeeradres, koos een boodschappenmandje op wielen (een karretje staat zo hebberig) en liep zo tegen een Unox rookworst aanbieding aan. Ik moest er mijn bril bij oppoetsen: 99 eurocent! Dat kunnen we niet laten liggen, dus 12 in het mandje, en daarboven op kwam een ontbijtkoek, kaas, verse stroopwafels, …nou ja, u kunt het zelf aanvullen.
Bij de kassa plaatste ik een en ander op de band, parkeerde mijn bordje ‘volgende klant’ keurig aan het eind, en observeerde het aanslaan. De rookworst was opeens 1,99 euro. “Pardon, die stond voor 99 cent?” De cassiere aarzelde. “Dat zag ik ook,” zei de mevrouw die haar biscuitjes stond in te pakken. “Ik dacht, die zullen wel over de datum zijn. Maar ja, 99 cent.” De cassiere ging bellen. Ik excuseerde mij en mijn rookworsten tegenover de klant achter mij.
“Mina, met mij. Ja, leuk je haar. Heb je een leuk weekend gehad? Luister, Unox magere rookworst, 99? Wil je even voor mij kijken?”Ik had gelijk, maar het was inmiddels aangeslagen en moest weer worden afgeboekt, waarvoor een sleutel moest worden aangeleverd. Uiteindelijk was daar de rekening van 52 euro en 20 cent. Ik overhandige twee briefjes van 50. “U hebt niet kleiner?” “Mevrouw, ik ben net aangekomen in Nederland, en dit is alles wat ik heb.”
“Nou.” Ze gaf een ram op de kassa. “Dat gaat nog leuk worden.”
“Dat hoop ik ook.”, bitste ik terug. (Vroeg opstaan + vriendelijk zijn is nooit mijn sterkste kant geweest.) “De volgende keer moet die meneer misschien maar in een andere rij gaan staan.”, deed de klant achter mij een duit in het zakje.
Dat was mijn moment. Ik zag het al aankomen, met toeters en bellen en aanzwellende applaus. Ik draaide mij om naar de klant achter mij, die mogelijk met een nog verkeerder been uit bed was gestapt dan ik. “Meneer, ik voel me nu weer helemaal thuis in Nederland. Dank u wel.” Ik bezegelde dit met een koele maar dodelijke blik, iets langer aangehouden dan noodzakelijk. De cassiere begon drifting geld te tellen. “Nee hoor,” schrilde ze, “iedere klant is hier koning en altijd welkom! Kijkt u eens, 60..70…80… en dat maakt honderd.”
Toen ik inpakte, draaide ze zich nog een keer om. “Nog een fijne dag in Nederland meneer!”

APEC

APEC is in town…

Veel fabrieken dicht, het verkeer gehalveerd (even en oneven laatste cijfer van je nummerbord) en het internet lijkt trager, maar dat kan ook aan mij liggen.

Obama en Putin en al die andere hoogwaardige personen zien een stralend blauwe lucht, lege snelwegen, een stad van pais en vree. Zij, ook niet dom, weten dat het hier gaat om een zorgvuldig opgemaakte etalage. Een grote, dat dan weer wel. Het gerucht gaat dat Michelle Obama en haar dochters gaat logeren in hetzelfde dorp waar wij alle grade 5 studenten in het begin van het jaar hun eerste ‘kamp’ laten beleven. Zij gingen in het najaar en berichtten over brandnieuwe toiletten.

De school is dicht, op het dringend verzoek van de regering. Dat is elegant opgelost met training, ouders-leerkrachten gesprekken, en een dag ( maandag) met ‘virtual classroom’. Dan zouden we met z’n allen op het internet gaan. Dat een beetje traag is. Mijn Amerikaanse baas zei: “It will be a good training exercise is case of, well, let say, ebola.”

Ze krijgt haar informatie van Fox News, ik zweer het.

Maar goed, de stad is nu op haar mooist. Weinig verkeer, een prachtige herfst, lekker kil in de avond, en nog wat warm tijdens de dag.

Hadden we altijd maar APEC.

Swaffelen

Swaffelen. Ook wel zwaffelen genoemd. Het woord, mij voorheen onbekend, voldoet plezierig aan de geldende spellingregels, roept een Swiebertje gevoel in mij op, en komt dus met vlag en wimpel door de eerste keuring. Een Ierse mevrouw had dit woord geleerd, en was blijkbaar zo gefascineerd door de betekenis, dat het in haar geheugen was blijven steken. ‘Google it!’, zei ze enthousiast en ik was blij.

Eindelijk, zuchtte ik, eindelijk zijn we voorbij aan het ‘neuken in de keuken’ of ‘pijpen godverdomme’ dat zoveel buitenlanders wordt aangeleerd door stupide en mogelijk oneindig geile Nederlanders in den vreemde. Hier is een nieuw woord!

Thuis, met kopje thee, googlend, werd ik weer eens teleurgesteld.

“Swaffelen (or zwaffelen) is a Dutch term meaning to hits one’s penis, often repeatedly against an object or another person’s body.”

Tja, zo komen we nooit verder dan het beeld dat die Amerikanen van ons hebben: Sodom en Ghomorra aan de Noordzee. Ik hoor Bill O’Reilly al spinnen van genoegen. En niet zozeer over het meppen van de penis tegen iets of iemand, maar over het feit dat het verdorven Nederland er zelfs een woord voor heeft uitgevonden.

Dan lig ik weer een nacht wakker. ‘OK, we hebben het woord, maar hoe wordt dat dan gebruikt?” denk ik dan. ‘Het is een werkwoord. In de toekomende tijd? Bijvoorbeeld: ik ga jou vanavond zwaffelen? Of in de tegenwoordige tijd: ik zwaffel je! Of misschien in de verleden tijd, bijvoorbeeld tijdens het ontbijt: ‘Ik heb jou gisteravond gezwaffeld!’’

Ik ben niet zo op de hoogte met de hedendaagse dialogen tijdens de wilde dan wel protestante Nederlandse sexbeleving, maar ik denk zomaar dat het woord zwaffelen niet zo vaak wordt gebruikt.

U ziet: het zijn doorgaans de kleine en onbelangrijke zaken die mij wakker houden.