de definitie (3)

Ik ontmoet professoren, journalisten, leerkrachten, zakenmannen,  makelaars en beleggers, en het zal komen door de plek waar ik ze ontmoet, maar het zijn inderdaad voornamelijk mannen, en er is 1 onderwerp dat nooit onbesproken blijft en dat blijkbaar een wezenlijk bestanddeel van het expatleven is, of althans een motiverende factor om het vooralsnog niet op te geven.

Sex.

Getrouwd, samenwonend of ongetrouwd: zonder uitzondering beamen ze dat sex hier makkelijk te koop is. Al ben je dik, kaal en ver boven de 60: er zijn altijd plekken te vinden waar je wordt binnengehaald als Brad Pitt, en waar iemand je, tenminste voor 1 nacht, tijdelijk erg gelukkig kan maken.

Het lijkt wel alsof het ver weg zijn van de wortels, de familie en vrienden aan het thuisfront, een vrijbrief is voor gedrag waar je misschien wel eens van gedroomd hebt. Er is weinig sociale controle; integendeel: er wordt instemmend geknikt over de zoveelse verovering die aan de stamtafel vrijmoedig wordt gedeeld.

Ik ben niet preuts, en zeker niet heiliger dan de paus, maar aan mij is die snoeverij niet besteed.

Het is namelijk nogal doorzichtig: we weten allemaal dat geld, of het idee dat je geld hebt, de meisjes (en jongens) doet vergeten dat je dik, kaal en twee keer hun leeftijd bent.

De relaties, zo ontstaan, zijn meer contractueel dan gebaseerd op liefde. Maar, zo hield iemand mij voor, dit komt in de beste huwelijken voor.

Kortom: we opereren hier onder andere normen en waarden dan waaraan wij gewend zijn in het vaderland. Voor veel mannen is het blijkbaar, naast hun salaris, een plezierig bijkomende prikkel.

 

Advertenties

De definitie (2)

Wat viel op te maken uit de levendige discussie was dat er grofweg drie soorten expats bestaan.

1) De eeuwige reiziger. De rusteloze, land- en continent hoppende ziel, die met wat lesgeven of het verrichten van hand-en spandiensten zich in leven houdt, en nergens echt kan wortelen, en altijd wil gaan zien of het gras aan de andere kant groener is.

2) De economische expat. Uitgezonden door een bedrijf, of op de bonnefooi gekomen, en meestal goed betaald.

3) De wereldverbeteraar, meestal met een rugzak vol religie.

Van die laatste soort zijn er niet zo veel. En velen onder ons koppelen het rusteloze van de eerste categorie aan het gemak van de tweede.

Onder welke vlag we ook varen, we blijven vreemden in het land. De kloof tussen de lokalen en ons kan nooit helemaal worden gedempt, hoezeer we ook de taal zouden beheersen of ons verdiepen in de cultuur.  Paul Theroux noemt ons Tarzan in de jungle (en dat is geen compliment): we leven met de dieren, en zij dienen ons, schieten ons te hulp, of zijn onze maatjes, maar we blijven anders en diep van binnen schuilt in elke expat de een koloniaal die neerkijkt op de lokalen. En hoewel dat wat gedateerd lijkt (hij schreef dat, meen ik, in de jaren ’70) is het nog steeds waar. Als ik in zijn verhalen lees over de grote huizen met de schoonmaakster, de tuinman, de chauffeur, de club waar de expats op de veranda zitten en G&T’s drinken, hoe het leven goedkoop en makkelijk is, dan kan ik Malawi zo vervangen door China, en dan is er geen snars veranderd. Hoe vaak hoor ik niet de neerbuigende en hatelijke toon van de expat, als hij zijn dagelijke omgang met de Chinezen beschrijft? Ze zijn vies, ze vervuilen, spugen en rochelen, ze roken als schoorstenen, ze tonen geen initatief. Een vriend vatte het bondig samen: “They just don’t get it.” Wat dat ‘it’ dan precies is, weet ik niet.

We krijgen vaak in gelijke munt terugbetaald door de Chinezen, die op hun beurt weer op ons neerkijken: wij zijn een achterlijke troep barbaren.

U begrijpt dat het schrijven van dit soort algemeenheden, die aanschurken tegen racisme, niet echt hout snijdt; er zijn veel nuances aan te brengen.

Terwijl we dit bespraken, leed een aantal van ons aan tijdelijke heimwee naar het vaderland, waar de kerst was doorgebracht. Het contrast tussen twee culturen, met een vliegreis van 9 uur van elkaar gescheiden, is enorm, en soms grijpt de weemoed je naar de keel. We kunnen dan niet anders doen dan bij elkaar kruipen, het glas heffen, en verhalen uitwisselen. En dan wordt China even wat donkerder, en het westen wat lichter.

Waar we het wel over eens kunnen zijn: er wordt onder expats heel veel gezopen.

De definitie

Ze zitten in mijn hoofd en ik kom er niet los van. Daar is een verklaring vol: momenteel doe ik niets anders dan lezen. De korte verhalen van Paul Theroux beheersen mijn dag en nacht.

Zijn ‘koloniale’ verhalen doen mij denken aan die van F.Springer. Er wordt hier en daar gedronken op veranda’s, de lokalen worden bespot, op hun gevaarlijkheid ingeschat, versierd, of genegeerd.

Maar bovenal duwden die verhalen mij in de richting van de definitie van een expat. Een mens wil toch weten wie hij is, nietwaar.

Gisteravond dacht ik de gladde aal van het begrip bij de staart te hebben. Aan de stamtafel ging het over literatuur en expats. Het ging over heimwee in al zijn vormen, en over wie we zijn, in dit land, dat nu China is, maar morgen weer anders kan heten.

We snapten het, we zagen opeens helder onze plek, het gaf ons voldoening en rust.De definitie was verontrustend, maar correct.

(wordt vervolgd)

 

 

 

 

Bijgeloof

Niemand in Nederland, neem ik aan, dacht bij het afsteken van al dat vuurwerk op ouwejaar aan het verjagen van geesten en spoken.

Dat ligt in China even anders.

Nu de vuurwerkkraampjes weer geopend zijn, en men zich suf koopt om aanstaande zondagavond het Jaar van de Draak daverend in te knallen, denk ik aan al die arme geesten en spoken die zich een rotje gaan schrikken en zich haastig uit de voeten maken, als ze die al hebben.Licht en geluid, daar schrikken de geesten van. En ze hebben ook een bloedhekel aan de kleur rood.

Chinezen zijn per definitie bijgelovig. Het Boedhisme, een religieuze stroming die het toch moet hebben van innerlijke verlichting en het verheffen van het zelf, verwordt tot een nieuw soort van katholicisme: wierook branden voor Boeddha, op je knieen, bidden voor het welzijn van de familie. En welzijn kan worden gedefinieerd als: rijk en gezond, en in die volgorde.

De lijst van ‘dingen die je niet moet doen’ is lang. OK, onder een ladder doorlopen zou ik China ook niet graag doen, gezien de staat van de ladders, en de capaciteiten van de man/vrouw op de ladder, maar er is zo’n enorme verzameling bijgelovigheden dat het het ongeluk je wel zal moeten treffen, want geen mens kan al die regeltjes onthouden.

Het is echter aan te raden om bijvoorbeeld een rode onderbroek te dragen om het kwaad tegen te gaan.

Ik weet dat dit begint te klinken als zo’n expat stukje waarin de domme, onwetende,  niet-ingeleide buitenlander de vloer aanveegt met Chinese gebruiken (of ladders, of de capaciteiten van de man/vrouw daarop) en dat wil ik niet. Ik heb inmiddels een stukje China in me dat ik zelf niet direct kan herkennen of benoemen. Ik haat dat bijgelovige geneuzel, maar plaats gedachtenloos mijn Boeddha beeldjes met hun gezicht naar de deur.

Zeker weten dat komende zondagavond de hemel volstaat met het mooiste vuurwerk van de planeet. Meer dan de helft zou onverkoopbaar zijn in het westen. Op de hoek van de straat kan ik een projectiel kopen dat met wat goeie wind in de rug het luchtruim van Rusland zou halen.

Ik denk dat ik zondagavond het risico neem en mij even buiten begeef, en op afstand wat geniet van de nieuwste raketten en ontploffingen. Ik heb tenslotte ook wat geesten en spoken van het ouwejaar die wat mij betreft mogen ophoepelen. Alle beetjes helpen.

 

 

Oh ja?

“AMSTERDAM – Opperrabbijn Aryeh Ralbag van de Joodse Gemeente Amsterdam heeft een verklaring ondertekend waarin staat dat homoseksualiteit kan worden genezen.

Dat schrijft de Volkskrant dinsdag. In de verklaring noemen 162 rabbijnen en joodse leiders homoseksualiteit een ziekte die niet is aangeboren.” (bron Nu.nl)

Daarop kan Achterob enkel reageren met:

Norbert van der Sluis

Helaas: het venijnige stukje dat ik schreef over Norbert van der Sluis, pastoor van Liempde, dacht ik in de digitale prullenbak te hebben gesleept. maar ik heb het nog.  Precies op tijd, want Norbert van der Sluis is weer in het nieuws.

Norbert wil zich nu wat beter gedragen, laat zijn gezicht wat meer zien en bemoeit zich met de vrijwilligers. Een gedeelte van het kerkbestuur wil nog wel even aanblijven.

Wat we dus gemakkelijk even vergeten is dat Norbert weigerde een uitvaart te verzorgen voor iemand die euthanasie had gepleegd. Hij weigerde ook ‘zijn’ kerkgebouw ter beschikking te stellen voor een andere pastoor.

“Volgens Van der Sluis zijn zijn standpunten niet veranderd. ”Ik ben niet milder geworden. Ik ben de 50 gepasseerd, dan verander je niet meer zo veel.””(bron: Nu.nl.)

Ik schreef toen de volgende parabel:

Vader en zoon komen bij een speeltuin. “Die heb ik gemaakt.”, zei Vader trots. “Van de kleinste zandkorrel tot het grootste klimrek: ik heb het bedacht en gemaakt.”

De zoon rent rond, blij en opgewonden, terwijl Vader plaatsneemt op een door hem bedacht en gemaakt bankje.

De zoon beklimt enkele speeltuigen, terwijl hij naar zijn Vader kijkt, die hem bemoedigend toeknikt.

“Toe maar, mijn zoon!”, zegt de Vader, “hierna gaan wij naar Huis en wacht ons ijs en taart en lekkernijen!”

De zoon klimt op het grootste klimrek, grijpt mis, wankelt, valt, en breekt zijn been op drie plekken.

Vader kijkt toe.

“Het was jouw keus zo hoog te klimmen.”, zegt Vader, terwijl zijn zoon kermt en schreeuwt en huilt en bloedt.

“Ik zou je kunnen helpen.”, zegt Vader, terwijl hij een been over de andere slaat, “maar dit is het Lot. Ik heb namelijk alles gemaakt: het licht, het donker, het klimrek, en de grond waarop je viel. Ik heb ook de pijn gemaakt, maar geloof me: die pijn doet je goed. Jou wacht lekkernijen.”

De kudde van Norbert is een krimpende kudde, maar ook dit dode schaap werd namens Norbert de hemel ontzegd.

De katholieke kerk is ont-menselijkt. De genade van het laatste sacrament ontzegd aan een stervende, is een schande, en een enorm verdriet voor zijn nabestaanden.

Ik vind het dus niet zo verwonderlijk dat ik, als ex-katholiek, een tikje weerzin hebt ontwikkeld jegens Gods grondpersoneel.

En hoewel ik er, inmiddels flink onderbouwd, vanuit ga dat er geen God bestaat, (maar met de woorden van Christopher Hitchens, beroemd atheist en pas overleden: “I like to be surprised…”) denk ik toch dat je de laatste gelovigen op deze planeet geen fatsoenlijke met vertrouwde rituelen begrafenis mag ontzeggen, gebaseerd op  door mensen gemaakte regeltjes.

Euthanasie is namelijk een godsgeschenk.

Onder de lezers van Achterob zijn niet veel diepgelovigen. Of zelfs gelovigen. maar aan die paar, die er ongetwijfeld zijn: mag ik jullie wat simpele vragen stellen? Als God euthanasie niet zou willen, had hij er dan geen stokje voor kunnen steken? En nou ik toch bezig ben,: als God zo tegen homosexualiteit is, waarom heeft hij mij dan gemaakt? En als God zo tegen oorlog is, waarom gaf hij ons dan de mogelijkheid om oorlog te bedenken?

Jaja, hoor ik jullie knarsentanden. Simplistische vragen, Achterob. Lekker makkelijk door de bocht. Ik ken het antwoord: God wil dat wij kiezen.

Kiezen wij voor het licht, of voor het donker?

Norbert van der Sluis, pastoor te Liemde, namens de Paus in Rome, koos voor zijn parochiaan het donker.

Ik kies het licht.